Working out…

Vandaag is een beetje een historische dag. Niet op grote schaal, er gebeurt hier niet echt iets wereldschokkends, en ik besef dat weinig tot geen mensen er van gaan wakker liggen. Maar toch: vandaag gebeurt er iets.

Het is namelijk de dag dat ik van de kinesist een oefenschema heb meegekregen om mijn lichaam sterker te maken. Geen al te ambitieus schema, zeker niet naar echte fitnessnormen. Maar 3x per week 20 minuten krachttraining kunnen doen betekent voor mij een ware mijlpaal. Mijn kleine meid wordt in mei 2 jaar. Als je weet dat ik van in de 4de maand van mijn zwangerschap ben beginnen sukkelen met bekkeninstabiliteit, en daarvoor tot op heden nog altijd op regelmatige basis naar de kinesist ga, betekent het dus heel wat dat ik na 2,5 jaar eindelijk terug mijn lichaam kan beginnen opbouwen. Ik heb al eerder geprobeerd, maar werd door mijn lichaam telkens snel en kordaat teruggefloten. Waarna de kinesist weer eens zoveel werk had om de ‘schade’ te herstellen. En zo was het eigenlijk meer dan 2 jaar dweilen met de kraan open. Wandelen is tot hier toe de enige sport die ik zorgeloos kan uitvoeren. Al de rest is steeds een risico en afwachten of mijn lichaam het houdt.

Maar nu mag ik dus beginnen trainen. En dat is hopelijk het begin van de weg in de goede richting!

Ploeter ploeter….

Misschien is het de winter die, ondanks het mooie weer van de laatste dagen, toch wat lang begint te duren. Of misschien is het het feit dat we hier alledrie (mama, papa en peuter) sinds pakweg september constant in mindere of meerdere mate verkouden zijn of erger.
Misschien is het het feit dat de dochter op dit moment een nogal vermoeiende leeftijd heeft (21 maanden), waarbij ze de ganse wereld wil ontdekken maar daar uiteraard altijd mama of papa bij nodig heeft. Misschien is het het feit dat het nu eenmaal lastig is om allebei voltijds aan het werk te zijn, en dat te combineren met een gezin en liefst nog elke avond vers lekker eten op tafel zetten ook.
Misschien is het gewoon het feit dat ik altijd al iemand ben geweest die veel slaap nodig heeft, en dat dat de afgelopen 2 jaar een zeldzaamheid is geworden. Misschien is mijn energiepeil gewoon lager dan dat van de gemiddelde mens.
Misschien ligt het aan het feit dat ik nogal perfectionistisch ben, en mezelf elke avond verplicht om te zorgen dat de keuken opgeruimd is, en dat alles klaarstaat om de volgende ochtendspits vlot door te komen (tassen klaar, tafel gedekt, …).

Ik kan nog een tijdje doorgaan, en oneindig veel redenen opsommen die “misschien” de verklaring kunnen zijn. Maar de juiste reden doet er op dit moment niet zoveel toe. Mijn punt is: ik ben moe. Niet alleen fysiek een beetje vermoeid, maar echt moe. Zowel fysiek als mentaal. Ik ben dat al een tijdje, maar begin deze week ging even het licht uit. ’s Nachts kon ik geen oog meer dicht doen van de stress. Stress waarover? Over vanalles en niets eigenlijk. Maar ik kreeg mezelf niet gekalmeerd. En dus kwam ik tot de conclusie dat ik even aan de alarmbel moest trekken en ben ik naar de huisarts gegaan. Die heeft mij aangeraden om de rest van de week thuis te blijven om “uit te zieken”, of in mijn geval vooral uit te rusten. En zo gezegd, zo gedaan. Ik ben in mijn zetel gekropen, heb mij een tasje koffie gemaakt en een dekentje erbij gepakt, en ik ben gaan rusten. Vandaag zijn we twee dagen verder en voel ik inderdaad dat de rust wat is teruggekeerd en de mist in mijn hoofd terug aan het optrekken is.

Ik zie nochtans mensen die het objectief gezien lastiger hebben dan ikzelf, dat weet ik ook wel. We hebben hier maar 1 klein kotertje rondlopen, en hoewel ze zoals elke bijna 2-jarige de nodige aandacht vraagt, is ze eigenlijk een braaf zieltje. En de laatste weken moeten we ’s nachts maar zelden uit ons bed komen (ik grijp nu terwijl ik typ het dichtsbijzijnde stuk hout vast!).
En begrijp mij niet verkeerd: ik geniet eigenlijk met volle teugen van het mama zijn en het leven met ons drietjes. Mijn hart smelt als Elise mij ’s morgens een dikke knuffel geeft als uit haar bed komt, en als ze knuffelend komt aangelopen wanneer we haar gaan ophalen bij de opvang. Als ik haar ’s morgens en ’s avonds bij mij op schoot neem voor haar fles, dan geniet ik stiekem keihard van het moment en hoop ik altijd dat de tijd dan even kan blijven stilstaan. Als we met ons drietjes gaan wandelen in het zonnetje zoals afgelopen weekend, en ik zie Elise geniet van het rondlopen in het park en het zoeken naar de mooiste twijgjes en steentjes om mee te nemen naar huis, dan ben ik echt oprecht een gelukkig mens.
En je kan denken dat het probleem dan bij mijn werkt ligt, maar niets is minder waar. Want ik doe mijn job echt graag. Misschien niet echt iets wat je van de gemiddelde ambtenaar verwacht te horen, maar ik begin nooit met tegenzin aan mijn werkdagen. Dat ik nu noodgedwongen een aantal dagen aan de zijlijn moet staan, dat is voor mij bijna een “straf”. Maar ik besef dat het een kwestie is van nu even de batterijen op te laden, of anders later misschien niet meer met enkele dagen toekomen om er bovenop te geraken als ik crash. En dus doe ik mijn best om naar de dokter te luisteren.

Misschien moet ik in de toekomst wat minder streng proberen zijn voor mezelf, en aanvaarden dat niet altijd alles perfect moet zijn. Dat het best wel oké is als er een geen gezonde maaltijd op tafel wordt getoverd maar we gewoon een diepvriespizza in de oven steken. Dat het best oké is als de meubels in de living eens wat grijzer zien omdat ze enkele dagen niet zijn afgestoft. Dat het best oké is om die vlek op de vloer niet onmiddellijk op te dweilen. Dat het best oké is om niet altijd bruisend van energie rond te lopen en mijn grenzen een beetje beter aan te geven.
Maar het belangrijkste dat ik moet leren: dat het best oké is om mezelf even slecht te voelen. En dat mensen maar moeten beseffen dat dat erbij hoort, en dat dat niet betekent dat ik niet gelukkig ben. Want zoals ik al zei: ik zie mijn meisje doodgraag, ik heb een job die ik graag doe, en ik heb een ventje naast mij staan die mij zeer zeker heel graag ziet (en ik hem). En ik kan af en toe eens klagen dat ik weer moet zorgen dat er iets gezond op tafel staat, maar langs de andere kant kook ik gewoon enorm graag en is dat voor mij een vorm van ontspanning na een lange werkdag. Ik ben dus vaak ook gewoon blij als ik ’s avonds achter mijn kookpotten kan kruipen of als Elise in haar bed ligt nog een baksel in de oven steek. Maar jammer genoeg is er blijkbaar geen rechtstreeks verband tussen hoe graag je iets doet, en de hoeveelheid energie die je ervoor hebt. En dan gaat licht dus op een gegeven moment even uit. En dat is oké. Volgende keer beter 🙂

De tijd vliegt…

Gisteren was het 18 februari. Dat wil zeggen: nog exact 3 maanden voor ons Elise 2 jaar wordt. En vandaag zat er informatiefolder in de brievenbus in verband met de inschrijvingen voor de kleuterschool. Waar we haar dus op 1 april moeten gaan inschrijven.

Kleine meisjes worden groot….

Ik moet mezelf even wakker schudden: ons meisje wordt echt wel groot. Soms valt mij dat enkele weken totaal niet op, om dan ineens op een dag het gevoel te hebben dat ze plots duizend keer meer kan dan de weken ervoor.
Zo komt er bijvoorbeeld veel meer gebabbel uit dan enkele weken geleden: als we samen naar tv aan het kijken zijn, benoemt ze de meest willekeurige dingen die ze ziet met een enthousiasme waar je alleen jaloers op kan zijn: als ze plots een maan ziet verschijnen springt ze recht en roept ze “MAAN!!!!” alsof dat de eerste keer is dat ze getuige is van dat wereldwonder. Als ze diezelfde maan 5 minuten later terug ziet, is haar enthousiasme nog geen tikkeltje verminderd. Prachtig toch, hoe ze zo onbevangen verwonderd kunnen zijn 🙂
Ze begint ook veel meer te kunnen: haar yoghurtjes eet ze zelf op (dat deed ze eigenlijk al langer, maar nu wordt er veel minder gesmost 🙂 ), ze bouwt torens met DUPLO en kookt feestmaaltijden met haar keukenspeelgoed, … En ze wandelt graag: dit weekend heeft ze een wandeling van 1km gedaan langs verschillende speeltuintjes, en dat zonder al te veel problemen. Terwijl ze nog niet zo lang geleden moe was als we tot bij mijn ouders gingen (150 meter…).

Ze begint ook steeds meer de betekenis van het woordje “neen” te begrijpen. Niet zozeer het woordje “neen” dat mama en papa gebruiken, dat is iets wat indien mogelijk genegeerd wordt. Maar de “neen” die ze zelf uitspreekt, die komt meestal heel gemeend vanuit het diepste van haar hart. Want nee mama, ik wil helemaal mijn schoenen niet aandoen om te gaan wandelen, ik ben net een toren aan het bouwen samen met mijn papa. En neen mama, ik heb geen zin om mijn pyama aan te doen, want ik wil nog een beetje verder proberen om mijn pop zelf een propere pamper aan te doen. Het zijn maar een paar voorbeelden van wat het woordje “neen” bij haar kan betekenen. Gelukkig krijgen we ze, als we zelf rustig blijven en een beetje geduld hebben, nog wel zover dat ze naar ons luistert: ineens pyama aandoen werkt niet, maar als we een filmpje op BabyTV opzetten en een paar keer herhalen dat na afloop van dat filmpje het tijd is om de pyama aan te doen, lukt het meestal zonder problemen. Maar goed, ik maak mij geen illusies: dat zal niet blijven duren. En mama en papa zullen niet elke keer de tijd blijven hebben om dingen die ze moet doen aan te kondigen door schaamteloos misbruik te maken van de beperkte duur van de filmpjes op BabyTV. Maar goed, hoop doet leven. En één ding is zeker: mijn hartje smelt als ik denk aan hoe groot ze al geworden is, en wat een fantastisch wezentje we op de wereld hebben gezet 🙂

Mama zijn…

De grootste bron van vermoeidheid en slaaptekort
Maar de grootste reden waarom ik ’s morgens als Elise lacht energie heb om mijn dag te starten

De belangrijkste bron van zelftwijfel en onzekerheid
Maar de grootste reden om als het erop aankomt stevig in mijn schoenen te staan

De reden voor de breedste glimlach op mijn gezicht,
en toch heb ik nog nooit zoveel tranen gelaten als sinds ik mama ben

De reden dat ik ’s morgens blij ben om op te staan,
en de reden dat ik niet kan wachten tot ik ’s avonds terug in mijn best kan kruipen

Mama zijn… de reden dat mijn leven sinds onze dochter gewoon een stuk completer is geworden 🙂

Project “gezonder leven”: stand van zaken

Zoals jullie eerder konden lezen, zijn we hier thuis dus sinds begin dit jaar bewust bezig met het gezonder maken van onze levensstijl. Vooral de factor voeding werd daarbij al grondig aangepast: (bijna) alle ongezonde snacks zijn buitengegooid en hebben plaatsgemaakt voor een ruim assortiment aan noten, gedroogde vruchten, zaden en pitten. Voor de avondmaaltijden werd een stoommandje aangekocht om de groenten smaakvoller en gezonder klaar te maken, en de hoeveelheid vlees werd tot een minimum beperkt.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik aan het begin van ons “project” nooit had gedacht dat ik het zo lang zou volhouden, laat staan dat het mij zo gemakkelijk af zou gaan. Sommige dagen snak ik nog echt naar een suikerboost (bijvoorbeeld onder de vorm van een koffiekoek, mmmm….), maar dat zijn dan meestal van die dagen die volgen op één of meerdere bijna slapeloze nachten. En dus probeer ik mezelf op die dagen ook voor te houden dat het beste wat ik op dat moment kan doen voor mijn lichaam in elk geval niet bestaat uit het verorberen van een grote hoeveelheid suiker en vet. En dus neem ik toch maar een stuk fruit of een handvol amandelen. En vreemd genoeg is dat meestal voldoende.

Ik kan niet zeggen dat ik mij veel energieker voel op dit moment, ook daar ben ik eerlijk in. Maar goed, Elise maakt er tegenwoordig een sport van om onze dagen zo vroeg mogelijk te laten beginnen, en de nachten worden nog regelmatig onderbroken. Tel daarbij nog een fikse verkoudheid, en je hebt meer dan genoeg redenen voor die aanslepende vermoeidheid. Ik maak mezelf wijs dat het met mijn junkfoodgedrag van ervoor nog veel erger zou zijn 🙂

Voorlopig is er dus nog geen enkel haar op mijn hoofd dat eraan denkt om onze aangepaste gewoontes niet vol te houden. En dat was ook het hele doel: we zijn hier niet op dieet, we zijn niet bezig met “een maand zonder suiker”, maar we zijn onze levensstijl aan het aanpassen. En daar zijn we tot hier toe al aardig in geslaagd. Intussen heb ik ook al een paar zeer lekkere nieuwe receptjes gevonden, die jullie binnenkort hier op de blog zullen kunnen vinden. Ik moet er alleen de volgende keer dat ik ze maak foto’s van trekken voor we alles hebben opgegeten, en dan post ik ze online. Stay tuned 🙂

Drama’s in peuterland

Elise wordt binnen 3 maanden 2 jaar. De “ik ben twee en ik zeg nee”-fase komt dus stilaan in zicht. En tegenwoordig begint dat zo nu en dan al goed duidelijk te worden. Want de meest onnozele zaken kunnen de laatste weken aanleiding geven tot een mooie peuterdriftbui. Enkele voorbeelden:
– Juffrouwtje deed zelf haar sokken uit, en werd daarna hysterisch omdat…. haar sokken uit waren en terug aan moesten, jawel. En sokken zelf aandoen lukt haar nog niet. Dus is dat een drama. *zucht*
– Juffrouwtje vroeg om een beker water, maar bedacht zich blijkbaar in de 20 seconden erna (of toch in de tijd die het duurt om een beker water te nemen) en werd dus boos…. omdat mama haar een beker water wou geven. Drama, again. *diepe zucht*, again.
– Juffrouwtje was nog leuk aan het spelen bij de grootouders, maar moest toch haar spelletje beëindigen en haar schoenen aandoen. Hoewel dat ruim op voorhand was aangekondigd, en ze daarbij volmondig ja aan het knikken was. Maar bij deze is het dus duidelijk dat ze nog niet altijd goed weet wanneer ze met “ja” knikken ook effectief “ja” bedoelt. En dus: drama. Again.
– Het grootste drama van de afgelopen week: gisteren was papa even van huis ’s avonds. En normaal steken mama en papa Elise samen in bed (dat gaat dan gepaard met de nodige rituelen, liedjes zingen, …). Maar gisteren was dat dus anders. Dat was zeker niet de eerste keer, maar wel de eerste keer dat Elise er zo een drama van heeft gemaakt dat het avondritueel dus anders was dan anders. Ik heb mijn uiterste best gedaan om de liedjes die papa normaal zingt op een evenwaardige manier te brengen, maar ik ben daar dus grandioos in gefaald. Als er rotte eieren of tomaten ter beschikking waren geweest, ik zou ze naar mijn gezicht hebben gekregen. Vol overtuiging. Opnieuw, groot drama.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, maar goed: je begrijpt de essentie. Er wachten ons als ouders dus nog wat uitdagingen de komende tijd. Voor mij is het niet altijd even duidelijk wat de beste reactie is: als er echt een woede-uitbarsting komt omdat ze gewoon haar zin niet krijgt, probeer ik Elise gewoon te negeren en even te laten uitrazen. Meestal is ze dan na enkele minuten vergeten dat ze boos was, en gewoon nog verontwaardigd omdat ze geen aandacht meer krijgt. En dan komt ze zelf wel weer terug. Maar ik ben overtuigd dat ze soms ook gewoon echt met zichzelf geen blijf weet: ze was gisteren bijvoorbeeld echt over haar toeren omdat ze besefte dat haar papa er niet meer was. En dan krijg ik het niet over mijn hart om haar te negeren: ze voelt zich dan al in de steek gelaten, ik wil dat niet erger maken. En dus heb ik haar getroost, en uitgelegd dat papa zeker terug is als ze wakker ging worden de volgende ochtend. Ze straalde dan ook toen deze morgen bleek dat ik niet had gelogen 🙂
Eén ding heb ik wel al vastgesteld: een vermoeide of overprikkelde peuter is bijna hetzelfde als vragen om een uitbarsting. Dus proberen we in de mate van het mogelijke te voorkomen in plaats van te genezen. Proberen. Want ja, kinderen worden nu eenmaal soms moe, en de strikte regelmaat die we proberen te hanteren kan niet 100% van de tijd worden gevolgd. Maar goed, een poging is ook al iets.

Ik vraag mij alleen af wat het gaat geven als we echt in de “ik ben twee en ik zeg nee”-fase zijn aangekomen. We hebben nog even tijd voor wat mentale voorbereiding 🙂

Kettingziekte

Vandaag las ik in de krant een artikel over het fenomeen “kettingziekte” (https://www.gva.be/cnt/dmf20190131_04143688/1-op-5-vlamingen-was-deze-winter-al-meermaals-ziek-vooral-jonge-vrouwen-kampen-met-kettingziekte). Vooral jonge vrouwen zouden vaak met die kwaal kampen. Waar gaat het over? Over een fenomeen dat elke jonge ouder volgens mij wel kent: zeker in de winter rijgt bijvoorbeeld hier in ons gezin iedereen de ene infectie aan de andere. Met weinig of geen tussenpauzes.

Niet alleen de jonge vrouw (ik mag mezelf nog zo noemen he, volgens het artikel bedoelen ze daar vrouwen tussen 18 en 34 jaar mee) heeft er last van, maar ook de papa des huizes. En diegene die er met kop en schouders bovenuit steekt op dat vlak, is de jongste telg van het gezin: zoals zoveel kindjes is Elise al sinds september min of meer constant verkouden, afgewisseld met af en toe eens wat koorts, een buikgriepje, … Het is altijd wel iets. Waar ik vroeger fan was van de winter (hoera! sneeuw! kou! lange winterwandelingen!), ben ik nu al heel hard aan het aftellen naar het einde van lange donkere dagen, en de terugkeer van de aangename zonnestralen en buitenvitamientjes. Uiteraard kan je in de winter ook buiten (ik ben daar zelfs grote voorstander van), maar goed, in de lente of de zomer is het toch allemaal vaak iets aangenamer.

Maar goed, blijkbaar hebben ze dat fenomeen van de ene ziekte na de andere dus de naam kettingziekte gegeven. De remedies die men opgeeft zijn voorspelbaar: voldoende slaap (daar droom ik ook van, alsof we dat zelf in de hand hebben), hygiëne (daar ben ik mee mee), goede voedingsgewoonten (wordt ook wel aan gewerkt) en lichaamsbeweging (geen commentaar :-)). Allemaal logisch in theorie, maar in de praktijk gewoonweg niet altijd haalbaar als je een gezin combineert met een drukke job. Maar goed, we blijven erin geloven: we zetten de pot multivitaminen elke dag op tafel, maken regelmatig een wandeling, proberen ons lichaam niet te vervuilen met suiker en alcohol, en hopen elke nacht op een goede nachtrust. Ooit zal dat ongetwijfeld zijn effect hebben. En tegen die tijd, is de winter (en dus het “kettingziekteseizoen”) waarschijnlijk alweer lang voorbij…